2e zondag vastentijd: Vertrouwen

Wie van ons verlangt niet bij tijd en wijle naar een feestelijk moment? Iedereen toch? Het is immers een moment waarop je al je zorgen even kunt vergeten, de sfeer is opgewekt. Zelfs nu, in de moeilijk tijd van corona met al z’n beperkingen, zoeken mensen naar iedere mogelijkheid om te ontspannen. Een feest duurt altijd veel te kort. Het liefste zouden we dat gevoel zo lang mogelijk vasthouden, het liefste zouden we van ons leven één groot feest willen maken.

Vandaag horen we het evangelie van Jezus, met enkele leerlingen (Petrus, Jacobus en Johannes) boven op de berg Tabor. De berg staat ook symbool van ver weg staan van de grauwe werkelijkheid van alledag; een plek waar de zon altijd schijnt, een plek ‘waar de hemel de aarde raakt’.. .Waar ook het gevoel bekruipt: “zou het zo maar altijd kunnen blijven”.

Zelfs Petrus voelde dit zo. “Het is goed hier te zijn. Laten we drie tenten bouwen” sprak hij. Neen, niet terugkeren naar het dal, naar de werkelijkheid van alledag. Hetgeen zij daar meemaken, dát willen ze vasthouden! Maar dan is er die wolk, die ‘stem’ die klinkt: “dit is Mijn geliefde Zoon, luistert naar Hem”. Oei! Dat luisteren was effe moeilijk, want die had gesproken over lijden en dood. Hem navolgen betekent ook het kruis aanvaarden!

Ze moeten dus van de berg af, weer met beide benen op de begane grond. Daar beneden waar uiteindelijk nog een hele weg te gaan is, een weg op leven en dood. Lijkt me toch best een flinke domper na zo’n feest? Voor Jezus is het duidelijk geworden: de weg waarop het lijden niet te vermijden is, dat zal zijn weg zijn.

En die Stem, die er ook was bij Mozes en Elia, die ook hen toen moed en vertrouwen gaf, die zou ook voor Jezus de grote steun zijn om die weg aan te kunnen. En zoiets geweldigs, zo’n profetisch gebeuren, zo’n hart onder de riem krijg je, soms zomaar even, op een hoge berg. Mensen zeggen het vaak: op een goed feest kun je teren. Het pept je op, neemt even al je lasten weg. En daarna voelt het dat je er weer even beter tegen kunt. Bij zo’n gelegenheid kunnen mensen die doorgaans wat verder van je afstaan, soms ineens in jouw ogen veranderen: ‘goh, dat had ik niet achter haar gezocht.’

Aan een goed feest kun je iets goeds overhouden; het kan je dagelijkse werkelijkheid in een ander licht stellen. Liturgie zoals we die wekelijks met elkaar vieren, wil eigenlijk ook zoiets zijn, als een feest, een moment daar boven op de berg. Soms ervaren we dat heel sterk; soms ook is er helaas nog weinig van te bespeuren. Maar, als het goed is en het doet je goed hier samen te zijn, als je even hebt mogen proeven van het vooruitzicht, het perspectief dat het anders kan, de droom die God met ons mensen en deze wereld heeft; als je even de zorgen en lasten van alledag hebt kunnen loslaten; en als je dat heel even hebt kunnen en mogen delen met anderen, hoe het anders zou kunnen, hoe het ‘van ons samen’ best zou mogen, en van Jezus zelf voorop – dan vieren we liturgie op z’n best, dan is het woord en wederwoord, samen zingen, samen luisteren, samen bidden – dus juist niet in je eentje, maar samen, ervoor gaan!

Als het goed is geweest hier op onze berg, dan durf je het misschien aan, net als Abraham, om los te laten en te gaan, je geheel en al toe te vertrouwen aan een stem die vol hoop en belofte is, aan een God die aanwezig is en die er in zal voorzien. Boven op zijn berg heeft ook Abraham heel even mogen ervaren dat het zo gek nog niet is te vertrouwen op die roepstem in zijn leven. Zo mogen ook wij hier samen blijven komen, horen zijn Stem: net als Abraham, nog niet wetend waar die weg zal uitkomen, maar wel gelovend dat er in de crisis uitkomst zal zijn! Dat Hij erin zal voorzien: Gods Toekomst!

Afbeelding: © Wim Johannesma

1e zondag vastentijd: Beproeving

Jezus’ beproeving in de woestijn (Mc.1,12-15)

Onder inspiratie van de Geest trekt Jezus naar de  woestijn. Hiermee loopt Hij in het spoor van het volk dat 40 jaar in de woestijn verbleef voordat ze het Beloofde Land binnen gingen.

Woestijn: verstoken van ieder comfort of afleiding; teruggeworpen op jezelf, op het innerlijke, met je goede en minder fraaie kanten. Spontaan zullen we niet snel hiervoor kiezen, we leven immers eerder van de impulsen die van buiten komen, hoe anderen naar ons kijken! Daarom mogen we ons best eens vaker de vraag stellen of we daadwerkelijk ‘vrije’ mensen zijn? Een prachtige carrosserie is immers van weinig waarde wanneer de motor versleten is!

12 In die tijd dreef de Geest Jezus naar de woestijn.
13 Veertig dagen bracht Hij in de woestijn door,
terwijl Hij door de satan op de proef werd gesteld.
Hij verbleef bij de wilde dieren en de engelen
bewezen Hem hun diensten.
14 Nadat Johannes was gevangen genomen
ging Jezus naar Galilea en verkondigde
Gods Blijde Boodschap.
15 Hij zei:
„De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij;
bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.”

Het evangelie van deze zondag wil ons daarom helpen om tot een ‘hoger’ niveau te geraken. Gods Geest, diezelfde Geest die Jezus naar de woestijn dreef, is ook de Geest die wij mochten ontvangen door ons doopsel en vormsel. Hij leert ons met nieuwe ogen naar onszelf te kijken, om onze relatie tot God en de medemens te (her)ontdekken. Maar hiervoor is inkeer nodig, tijd en ruimte voor bezinning. In de woestijn is ‘buitenkant’ immers van minder belang, maar ervaren we waar het in het leven écht om gaat. Ons grote ‘ik’ moet dan een stap opzij zetten.

Het mensenleven heeft vaak veel weg van een woestijn. We zijn allemaal ‘zoekende’ mensen’, want er zijn geen gebaande wegen. Dat maakt ’t soms moeilijk en onaantrekkelijk. Maar de vastentijd is een uitgelezen periode om God op het spoor te komen. Dan ontdekken we hoe Hij trouw met ons op weg gaat, hoe Hij in deze moeilijke tijd nieuwe dingen tot stand brengt.

Pasen is voor velen geworden tot een louter traditioneel feest, met paaseieren en klokkengelui. Maar Opstaan, verrijzen tot nieuw leven kan ook voor ons realiteit worden als wij ons laten aanspreken door Gods Geest.

Ik wens u een vastentijd toe waar de vreugde ons hart doet openbloeien voor het nieuwe leven in ons; dat er nieuwe hoop zichtbaar en hoorbaar wordt in ons spreken en kijken naar elkaar! Veertig dagen worden ons geschonken om Jezus te volgen en Gods Koninkrijk dichterbij te brengen: liefde brengen waar die ontbreekt, recht en gerechtigheid laten geschieden, werken aan een wereld naar Gods hart.

Dan wacht ons in de Paasnacht licht en water ten leven!

P. Bronneberg, pastoor-deken

Aswoensdag

Na de 3 dolle dagen van carnaval, die dit jaar op een bijzonder sobere wijze gevierd wordt, beginnen we aan de Vastentijd. Een tijd van soberheid en bezinning ter voorbereiding op Pasen.
Aan het begin van de Vastentijd staat ‘Aswoensdag’. Een dag waarop gelovigen het ‘askruisje’ opgelegd krijgen: een eeuwenoude traditie die door de eeuwen heen op verschillende wijze werd toegepast.

Waarom as?
As staat symbool voor de menselijke eindigheid en sterfelijkheid. Op Aswoensdag worden we er dus aan herinnerd dat we slechts een beperkte tijd op aarde hebben. Enerzijds kan dat besef ons triestig en moedeloos maken. Anderzijds kan het ons ook aanmoedigen om de kostbare tijd die we hebben zo kwaliteitsvol mogelijk in te vullen, zowel in de relatie met onszelf, de ander, de natuur, en als in onze verhouding tot het overstijgende, het betekenisvolle, of tot God.
In de lijn hiervan wijst as er ons ook op dat we niet volmaakt zijn. We zijn niet alleen ‘beperkt’ in onze levensduur, maar ook ‘kwaliteitsvolle’ omgang in onze relatie met onszelf, anderen, de natuur of met God laat soms te wensen over. Met het askruisje drukken we dan ook het besef uit dat we fouten en tekortkomingen hebben en dat we hiermee, gedurende de komende vastentijd, aan de slag willen gaan.
Bovendien heeft as een reinigende kracht. In primitieve culturen werd as zelfs gebruikt om te wassen. Deze symboliek onthult dan ook dat de vastenperiode gezien kan worden als een periode van ‘reiniging’.
Voor de laatste betekenis die schuilgaat achter het ‘as’ van het askruisje verwijzen we naar een eeuwenoude gewoonte om braakland af te branden om de grond zo opnieuw heel vruchtbaar te maken. Vruchtbaarheid ofwel nieuw leven dat hieruit volgt wordt ons dus toegewenst bij het opleggen van het askruisje. Met andere woorden: niet onze tekortkomingen worden in de verf gezet, maar juist de nieuwe kansen die we krijgen. Als dat geen hoopgevende boodschap is!


De rijke symboliek van het kruis.
Het as dat op zich al een heel diepe symbolische betekenis heeft, wordt al sinds de twaalfde eeuw in de vorm van een kruisje aangebracht. Dit kruisje geeft de kern van het christelijk geloof weer: niet de dood heeft het laatste woord, maar wel het goede, de verrijzenis, het leven! 40 dagen lang willen christenen zich richten op die hoopvolle boodschap, met als bedoeling uiteraard dat deze ‘oefentijd’ ook nog lang daarna zijn vruchten afwerpt. Hiervoor worden zij geïnspireerd door Gods droom en het voorbeeld van Jezus die deze droom handen en voeten geeft. Deze droom weerspiegelt een leven waar het goed is voor elke mens en al wat leeft. Met dit kruisje geven christenen aan dat ze willen ‘denken, spreken en doen’ zoals Jezus.

Luidende ‘Avondklok’

In de komende periode, zolang de avondklok duurt, zal dagelijks om 20.45 uur de kleine kerkklok 5 minuten luiden.

Van oudsher omlijsten de kerkklokken lief en leed van mensen. Ze luiden van doop tot uitvaart; en in oude tijden luidden de klokken om inwoners te waarschuwen voor rampen en onheil. Poortersklokjes luidden in de Middeleeuwse steden om de inwoners op te roepen binnen de muren te gaan voordat de poorten werden gesloten. Zo betrekken de kerkklokken iedereen bij alles wat er in de samenleving gebeurt.

Ook in onze tijd horen wordt dit gebruik nog mooi bezongen: ‘Loewende klokken, versjterke de bandj. Laot ös éns heure, wat sjteit te gebeure, loewende klokke, van Limburg mien landj’.

De klokken versterken de band met elkaar en geeft een geruststellende boodschap mee, dat er ook in de nacht en in moeilijke omstandigheden wordt gewaakt.

Proudly powered by WordPress | Theme: Baskerville 2 by Anders Noren.

Up ↑