Franciscus van Assisi is een van de grootste en populairste heiligen van de Kerk. Dit jaar is een speciaal jubeljaar aan hem gewijd, omdat het precies 800 jaar geleden is dat hij overleed. Wat was er zo bijzonder aan deze man dat hij acht eeuwen na zijn dood nog steeds weet te inspireren?
Precies 800 jaar geleden – in de nacht van 3 op 4 oktober 1226 – overleed Franciscus van Assisi, 44 jaar oud. Relatief jong, maar hij had een beweging op gang gebracht die tot in onze tijd onverminderd populair is. Met aandacht voor de armen, de schepping en de vrede. Al twee jaar na zijn dood werd hij heilig verklaard en sindsdien viert de Kerk op 4 oktober het feest van Sint-Franciscus. De franciscaanse familie viert bovendien op de avond van 3 oktober de transitus: de overgang van Sint-Franciscus naar het eeuwige leven.
Vanwege de 800e sterfdag van Franciscus heeft paus Leo XIV heel 2026 uitgeroepen tot een speciaal jubeljaar. Alle gelovigen zijn uitgenodigd om dit hele jaar in het teken te stellen van het voorbeeld van de man uit Assisi. De paus stelt hem in de eerste plaats voor als een getuige van vrede. In zijn gebed voor dit speciale jubeljaar roept de paus Sint-Franciscus aan als ‘onze broeder die 800 jaar geleden de dood tegemoet ging als een man in vrede’ en noemt hem de broeder die ‘ongewapend de linies van oorlog en misverstand overstak’. In het gebed vraagt paus Leo de heilige om voorspraak voor de gelovigen om verzoeners, bruggenbouwers en vredestichters te worden. In dit Franciscusjaar is iedereen uitgenodigd om naar het voorbeeld van de heilige van Assisi zelf een voortdurende ‘getuige van vrede’ te worden.