Sommige feesten zijn zo met het kerkelijk jaar verbonden, dat het lijkt alsof ze altijd bestaan hebben en altijd op dezelfde manier zijn gevierd. Maar dat is niet zo. De meeste kerkelijke feestdagen zijn in de loop van verschillende eeuwen ontstaan en hebben soms een hele ontwikkeling doorgemaakt. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het hoogfeest van Maria Tenhemelopneming.
Wie een beetje in het kerkelijk leven thuis is weet: 15 augustus is de belangrijkste Mariafeestdag van het jaar. Dat klopt, maar pas vanaf de 6e eeuw. Toen werd het in de oosterse kerk door de Byzantijnse keizer ingevoerd. Zo’n honderd jaar later nam paus Sergius I het feest ook over in de westerse kerk. Het feest heette toen nog ‘ontslaping van Maria’. Letterlijk betekent dat het wakker worden van Maria in de hemel.
De Kerk gaat er dus vanuit dat Maria zoals ieder mens gewoon gestorven is, maar dat zij niet begraven is, maar door God met ziel én lichaam in de hemel is opgenomen. Daarom werd het vanaf de 8e eeuw gebruikelijk om over de tenhemelopneming van Maria te spreken. Soms wordt het feest ook Maria-Hemelvaart genoemd, maar dat is niet juist. Het wekt de indruk dat Maria vanuit zichzelf naar de hemel is opgestegen en dat kan een mens niet. Ze werd in de hemel opgenomen. Andere namen die ook wel werden en soms nog worden gebruikt, zijn ‘Assumptie’ of ‘Hoge Lievevrouwedag’. In Maastricht en omgeving houden ze het op: ‘Sainte-Marie’.
Hoewel Maria Tenhemelopneming al heel wat eeuwen op de kalender staat, duurde het tot 1950 voordat haar tenhemelopneming door de paus als dogma (leerstelling) werd afgekondigd. Bij het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) werd dit nog eens bevestigd met de tekst: ‘Tenslotte is de onbevlekte Maagd, gevrijwaard van iedere smet van de erfzonde, in het voltooien van haar aardse levensloop, met lichaam en ziel in de hemelse heerlijkheid opgenomen en door de Heer verheven tot koningin van het heelal om zo gelijkvormiger te worden aan haar Zoon, de Heer der heren en de overwinnaar van zonde en dood’ (Lumen Gentium 59).